Blik op 2020

Gepubliceerd op 11 augustus 2005

Inleiding

De Visie 2014-2020 heeft de volgende speerpunten: 

  1. samenhang tussen activiteiten
  2. behoud van leden
  3. sociaal karakter van de vereniging
  4. vrijwilligheid en verantwoordelijkheid
  5. kwaliteit van sporter en materiaal 

Hieronder lichten we de achtergrond van deze keuze toe. Vervolgens vindt u in de bijlage een concretisering van de visiedoelen.

De afgelopen jaren

Afgelopen jaren heeft de Zwolsche belangrijke stappen gezet in de richting van de doelstelling Gezellig, Groot en Gezond: er worden veel cursussen gegeven, het ledental groeit gestaag, er zijn meer evenementen, er ontstaan verbindingen tussen roeien en zeilen, het ploeg-roeien zit in de lift en de Zwolsche is financieel gezond. We zien tegelijkertijd bij nieuwe instroom dat er meer geshopt wordt bij verschillende sporten en dat het soms lastig wordt gevonden om te gaan met de verenigingsstructuur en met de afspraken die we met elkaar maken (de regels en uitwerkingen daarvan; denk aan sociaal wenselijk reserveren op de zaterdag- en zondagochtend).

Wat zien we om ons heen?

Buiten de Zwolsche zien we afnemende financiële draagkracht, vergrijzing en een groot aantal sportverenigingen die op die vergrijzende bevolkingssegment probeert in te spelen en op trends als gezond(er) leven, duurzaamheid en meer bewegen.

Wat zien we in huis?

Als we de Zwolsche vergelijken met andere sportverenigingen, zien we een vereniging die

een betrekkelijk lichte structuur kent en die daarin een afspiegeling is van de roei- en zeilwereld, die aan de brede basis bestaat zonder schema’s voor wekelijkse competitiewedstrijden, toewijzing van speelvelden of –zalen en teamindelingen. Niet iedereen weet in die structuur evengoed zijn weg te vinden en het gevoel bestaat dat leden daardoor na een paar jaar lidmaatschap afhaken.

We zijn er nog niet.

We wilden meer samenhang en meer activiteiten in de vereniging; meer deelname aan die activiteiten; en tenslotte een prima financiële positie, gefundeerd op een groter ledenbestand. Daar zijn we met elkaar in geslaagd. Nu is het zaak dat niveau vast te houden en uit te bouwen. En die continuïteit is niet vanzelfsprekend. We zien weliswaar veel inzet voor de Zwolsche: veel leden zijn bereid zich op projectbasis in te zetten voor de vereniging. Tegelijk baart het zorgen dat het steeds meer moeite kost leden te vinden die zich gedurende bijvoorbeeld drie jaar voor de Zwolsche willen inzetten als wedstrijdcoach of als bestuurs- of commissielid. En er blijft genoeg te doen: een vereniging met 600 leden en ruim 90 roei- en zeilboten draait niet vanzelf en zonder structurele inzet gaat het niet.

Wat willen we?

De Zwolsche rust op 2 pijlers: leden en boten. Groei van het ledental is de basis voor een gezond investeringsklimaat in de vloot en daarom willen we meer leden. Tot nut toe werd de groei gerealiseerd door natuurlijke aanwas. Een gerichte ledenwerfactie lijkt niet wenselijk, niet voor het opleidingssysteem en evenmin uit oogpunt van assimilatie van veel nieuwe instroom of van zij-instromers. Hand-gewogen lijken vloot en accommodatie plaats te kunnen bieden aan zeker 800 leden. We zullen meer inzetten op het behoud van leden. Daarom zullen we proberen nieuwe leden beter duidelijk maken hoe de Zwolsche in elkaar steekt en dat veel afhangt van hun initiatief. We hebben daartoe inmiddels actie ondernomen met een maandelijks informatie-uurtje voor nieuwe instroom.

En wat willen we zijn?

We willen een sociale vereniging zijn, waar leden elkaar positief benaderen, als het nodig is elkaar aanspreken op gedrag en waar ruimte is voor elkaars opvattingen en elkaars manier van doen. Tegelijkertijd willen we daarvoor de kaders bieden: voor de behandeling van de vloot en voor de omgang met de vele vrijwilligers die een steentje bijdragen in het functioneren van de vereniging.

We koppelen vrijwilligheid nadrukkelijk aan verantwoordelijkheid: we vormen samen de Zwolsche Roei- en Zeilvereeniging en dat betekent dat elk lid voor zijn deel verantwoordelijk is. Dat loopt uiteen van het juist opvouwen en opbergen van de zeilen en het afspuiten van de roeiboot na een outing tot het uitvoeren van een taak waarvoor je je hebt aangemeld. Ruimte bieden voor elkaars manier van doen is dus iets anders dan alles accepteren: die ruimte wordt gevormd door de verantwoordelijkheid die we met elkaar hebben voor onze vereniging en waarop we elkaar kunnen aanspreken.

Hoe nu verder?

Voor iedere speerpunt zijn acties gedefinieerd vanuit de verschillende commissies binnen de vereniging en door het bestuur als geheel. Het aantal acties is dermate groot dat deze niet gelijktijdig allen kunnen worden uitgevoerd. De vraag is dan ook hoe dit in te vullen.

Er zijn verschillende mogelijkheden om de speerpunten verder uit te werken. Een focus op één speerpunt per jaar bijvoorbeeld of een focus op wat er speelt binnen de vereniging én tevens aansluit bij de speerpunten. Er is binnen het bestuur voor gekozen om op deze laatste manier te werk te gaan. Afhankelijk van wat er volgens het bestuur leeft binnen de vereniging zullen acties worden uitgezet die tevens aansluiten bij de speerpunten. Er wordt naar gestreefd de acties te bundelen onder een thema, ondersteund door een motto om de focus te duiden.

Verder zal er een nieuw vlootplan voor de periode 2015-2020 op gesteld moeten worden (speerpunt 5 kwaliteit van sporter en materiaal). Dit mede in relatie tot het behoud van leden, waar is in de toekomst behoefte aan als er 600-800 leden roeien en zeilen. Er zal gekeken moeten worden hoe deze vloot te realiseren is binnen de gegeven budgetten in de komende 5 jaar. Waarbij rekening gehouden dient te worden met het feit dat niet alleen geld zal moeten worden uitgeven aan een vloot. 

Actiekeuze voor 2015.

Wat speelt er volgens het bestuur momenteel in de vereniging. Een aantal zaken vallen ons op.

  • Veiligheid – Reddingsboot. Er zou er altijd een voorhanden moeten zijn als er geroeid of gezeild wordt. Dit is nu niet het geval en dat zou ook vanuit de aansprakelijkheid van vereniging op dit punt geregeld moeten worden.
  • Huisregels. Niet iedereen vind dat deze ook op hem of haar van toepassing zijn. Wat bij ander leden tot frustraties leidt.
  • Schade. Met als voorbeeld de Diezerpoort. Er zijn veel schades. Nog afgezien van de kosten en het regelwerk die dit met zich meebrengt (voor o.a. de materiaalcommissaris en penningmeester) leidt dit er ook toe dat de vloot niet volledig benut kan worden.

Onder het motto: “Zorg voor mens en materieel”, gaan we hier het komend jaar de focus op leggen.